DoelBestuurCanonDonateursVragenProjectenLinks

Aanmelden Contact

Nieuws

 

Altvoorde werd geattendeerd op een fout vermeld op pagina 659 in een in 2010 verschenen een lijvig boekwerk over Pierre Kemp.

In februari 2007 werd door toedoen van een gewichtige stichting die zich blijkens haar website tot doel heeft gesteld bij te dragen tot het “behoud van graven van Nederlandse cultuurdragers” een nieuwe steen geplaatst op het graf van Pierre Kemp en Hubertine Kemp -Mommers. Helaas werd daarop de sterfdatum van mevrouw Kemp foutief vermeld. Zij overleed niet op 23 augustus 1973, maar op 23 september 1973 zoals de oorspronkelijke zerk toch duidelijk vermeldde.

Hoe kon dat gebeuren? De oorspronkelijke zerk was zo zwaar beschadigd dat namen en data onduidelijk waren. Liefhebbers van literatuur en funeraire monumenten hadden Altvoorde daarop gewezen. Bij bezoek aan de begraafplaats bleek de zerk gebarsten en afgebrokkeld. De onderste linkerhoek ontbrak. Daaronder was de grafruimte zichtbaar. De toestand verergerde doordat regenwater de grond bij de breuken wegspoelde.

Renovatie was dringend nodig. Alleen de auteur van het boek, een voormalige hoogleraar, verzette zich daartegen. Hij verbood op korte termijn iets te doen. Omdat zijn boek over Kemp nog niet af was. Wanneer was dat af? Over drie of vier jaar. Zo lang wachten was niet verantwoord. Altvoorde liet een nieuwe steen plaatsen. Vlak voor de feestelijke onthulling trokken bij museum, media en onderwijs hun medewerking in. De hooggeleerde auteur had verteld dat de schoonzuster van Pierre Kemp grote bezwaren had. Zowel tegen steen als feest. Toen een bestuurslid van de begraafplaats de hoogbejaarde schoonzuster bezocht, zei ze nooit bezwaren te hebben gehad. Dat zou zij ook gezegd hebben tegen die professor toen die onverwachts op bezoek kwam. Het feest ging niet door. De nieuwe zerk en betonnen roef zijn wel geplaatst. Met de fout, want een beschadigde 9 op de oorspronkelijke zerk werd voor een beschadigde 8 gehouden. Dat de auteur veel van Kemp gelezen heeft, staat vast. Dat hij respect heeft voor Kemps laatste rustplaats niet.




De heer J-W V te N: Waarom ontbreekt een Europese beroemdheid als Jan Comenius op uw canon? Bent u niet te eng vaderlands? Comenius heeft nota bene een mausoleum en standbeeld in Naarden.

Comenius (Jan Amos Komensky 28.3.1592 – 15.11. 1670) is ongetwijfeld een beroemde pedagoog. Hij is echter Tsjech. In het verleden bleek dat ambassades er niet altijd gelukkig mee waren, dat Altvoorde een cultuurdrager van hun nationaliteit op de canon wilde plaatsen. Daarna is ervoor gekozen alleen “Nederlandse” cultuurdragers op de canon te vermelden. Zelfs Pierre Bayle (18.11.1647 – 28.12.1706 Rotterdam Crooswijk) en Maria Montessori (31.8.1870- 6.5.1952 Noordwijk) worden niet vermeld. “Nederlandse” staat hier tussen aanhalingstekens omdat de Nederlandse nationaliteit van 1850 en onze laatste grenscorrectie van 1963 dateren. Cultuurdragers uit de Verenigde Provinciën en de middeleeuwse gewesten staan volgens de traditie zonder meer op de canon als zij in Nederland begraven zijn.




Op 8 november 2010 was het honderdvijftig jaar geleden dat Klikspaan, Johannes Kneppelhout (8.1.1801 – 8.11. 1885) overleed. Johannes Kneppelhout heeft zijn letterkundig werk en aanzienlijk vermogen in dienst gesteld van de opleiding van talentvolle jongeren.

Recente publicaties van zijn werk, onder meer die welke bezorgd zijn door Marita Mathijsen, tonen aan dat hij het slachtoffer was van kwalijke verdenkingen aan. Kneppelhout overleed op het landgoed de Hemelsche Berg bij Oosterbeek.

Zijn graf (foto Peter H. Ras) ligt op de oude begraafplaats van de Nederlands Hervormde kerk te Katwijk. Het monument behoort bij een familiekelder waarin ook andere familieleden rusten

Johannes Kneppelhout




Stichting Altvoorde loofde in 2010 een prijs van 1000 euro en een legpenning uit voor het beste ingezonden gedicht rond het thema Nederlands Identiteit. De identiteit van de Lage Landen begon duizend jaar geleden in Vlaanderen en is bij alle ontwikkelingen niet gebonden aan een staatsgrens,vorstenhuis, afkomst, religie, politiek of geboorteplaats. De identiteit, blijkend uit taal, historisch besef en tradities, is een van de waardevolle bindingen die onmisbaar zijn voor een samenleving. De uitreiking vond plaats op zaterdag 17 april 2010 bij de onthulling van het monument voor Martinus Nijhoff en Georgette Hagedoorn op Westduin te ’s-Gravenhage.


Op 17 april 2010 werd in feestelijke stemming het nieuwe grafmonument voor Martinus Nijhoff en Georgette Hagedoorn feestelijk onthuld. Jules Roijaards haalde herinneringen op aan zijn moeder Georgette Hagedoorn en Martinus Nijhoff. Hij was ervan overtuigd, dat beiden het gekrakeel en de verwikkelingen rond het graf en de ontwerpen met veel vermaak zouden hebben gadegeslagen.Meteen daarop hoorden de aanwezigen de stem van Georgette Hagedoorn spreken en zingen.

Mr.Dr. Bouke Jagt sprak over het historische begin van onze cultuur en over het gevaar dat binnen multinationaal Europa onze taal en cultuur bedreigt, als de jonge generaties geringschatting voor moedertaal en literatuur wordt bijgebracht. Leerlingen van het gymnasium Haganum, waarvan Martinus Nijhoff ooit een leerling was, droegen enkele gedichten voor en zongen twee liederen met vioolbegeleiding.

Dr. Arie Eikelboom, cantor en hymnoloog, belichtte de rol van Martinus Nijhoff bij de totstandkoming van de psalmberijming. Het koor van de Maranatha Kerk zong in de aula en later bij het graf zelf psalmen. In de koffieruimte deelde Carol Linssen met een daverende toespraak en champagne de oorkonde en de zilveren legpenning uit aan mevrouw Mieke van den Berg uit Wassenaar voor haar sonnet Een reisgenoot. Duizend euro, zei hij, worden giraal overgemaakt. Tijdens de geanimeerde receptie kwam o.a. ter sprake dat onder de inzendingen voor de poëzieprijs een pastiche voorkwam, waarschijnlijk om jury en dichter Nijhoff in het discrediet te brengen. Bij degenen die wisten daar aanvankelijk een gedurfd ontwerp voor het monument was gekozen, bestond onverwacht toch waardering voor het strakke ontwerp dat sober en traditioneel was uitgevoerd.


Funerair erfgoed in gemeentelijk fonds

Op 8 november 2007 gingen de fracties van de Haagse gemeenteraad unaniem akkoord met het stichten van een gemeentelijk fonds voor Haags funerair erfgoed. Het gaat om graven van belangrijke staatslieden, kunstenaars, wetenschappers. Onderhoud en renovatie blijven primair zaken van rechthebbenden. Maar als er geen rechthebbenden meer zijn en het grafmonument is vervallen, dan kan het gemeentelijk fonds uitkomst bieden.

De eerste, belangrijke stap is gezet. Dankzij een initiatiefvoorstel van raadslid en oud-wethouder Ries Smits (CDA). Bekeken wordt welke graven daarvoor in aanmerking komen. Dan is ook een financiële raming mogelijk. Begin 2008 wordt het definitieve raadsbesluit genomen. Van de acht Haagse begraafplaatsen zijn de Algemene Begraafplaatsen Kerkhoflaan en Westduin gemeentelijk eigendom. Verwacht wordt dat Oud Eik en Duin (Monuta) en Nieuw Eyck en Duynen (Yarden). St. Petrus Banden en Barbara ( RK) in samenwerking met de gemeente de lijst van beroemde Hagenaars op zal stellen.

Een dergelijk besluit is uniek in gemeenteland. Het kan tot voorbeeld strekken. Ook voor de staat, nu de rijksoverheid wel wat over heeft voor molens en antieke klokken, maar niets voor de grafmonumenten van haar grondleggers en Nederlandse cultuurdragers. Andere steden hebben mooiere grachten, vorstelijke graven, meer monumentale kerken of prestigebouw. Den Haag bezit onbetwist het hoogste aantal graven van cultuurdragers. De hofstad is het kwetsbare centrum van onze funeraire cultuur. Nergens anders liggen zoveel bewindslieden, kunstenaars, schrijvers, componisten, gouverneurs-generaal en residenten. Amsterdam, Haarlem en Utrecht volgen op afstand. Voor het Nederlandse erfgoed is dit een baanbrekend besluit.

Op 5 oktober besloot het college van Den Haag al tijdens een rechtsgeding het algemeen cultureel belang te erkennen van het graf van Martinus Nijhoff. Stichting Altvoorde mag het graf van een representatief monument voorzien. De rechtbank had op 12 november nog geen eindbeslissing gegeven, maar het ligt voor de hand dat het algemeen cultureel belang van funeraire cultuur ook in de rechtspraak erkend wordt. Tot dusver werd alleen rekening gehouden met emotionele of religieuze belangen. Dat betekent een wending ten voordele van rechthebbenden na het bruuske onteigeningsarrest van de Hoge Raad van 22 oktober 2002, waar deskundigen als de hoogleraren Kortmann en Van der Ploeg, geen goed woord voor over hebben.

Zowel Tweede Kamer als ministeries hebben tot dusver meer begrip gehad voor antieke klokken en molens dan voor het behoud van grafmonumenten, zelfs van personen die de grondleggers van staat en cultuur zijn. Het is te hopen dat ook van die kant een beter inzicht daagt van cultuurbehoud en nationale identiteit.

Pierre Kemp

Met steun van de Elisabeth Struvenstichting en Bisdom Roermond verzorgde Altvoorde de restauratie van het verweerde graf van de Limburgse dichter Pierre Kemp. In het najaar van 2006 werd Altvoorde gewaarschuwd dat het grafmonument van Pierre Kemp, waaraan reeds een provisorische restauratie was besteed, ernstiger beschadigd was. Letters ontbraken en door de schuine stand van de zerk leek het breken van de stenen plaat op korte termijn te voorzien. Het eerder dichten van een opening in de aarde rondom en het waterpas zetten van de steen had slecht tijdelijk effect gehad. Altvoorde heeft hierin direct voorzien en benaderde instanties en personen om hulp teneinde de belangrijkste Maastrichtse dichter en schilder een nieuw grafmonument te geven.

In de eerste week van februari 2007 werd de nieuwe grafsteen geplaatst. Jammer dat krachten die Pierre Kemp "voor eigen gebruik" menen te kunnen annexeren een waardige onthulling van het nieuwe grafmonument stelselmatig hebben weten te verhinderen. Onderstaand gedicht maakt geen deel uit van het grafmonument het is in het Jekerdal, elders in Maastricht te vinden.

Cornelis Lely

Na herhaaldelijk informeren van Altvoorde is het sterk vervallen grafmonument van Cornelis Lely, de grote waterbouwkundige, in Den Haag vervangen door een weliswaar niet nieuwe, maar moderne leesbare zerk.
Een aanmerkelijke verbetering, al blijft het jammer dat deze gelegenheid niet gebruikt is om de zerk duidelijker
te maken. De naam van de bewindsman, die ook oud-gouverneur van Suriname was, staat onopvallend onderaan zonder nadere aanduiding. Vele bezoekers van de gemeentelijke begraafplaats zullen daarom het monument niet
als zodanig herkennen.

Jacob van Lennep 

Op 17 juni 2006 werd op de begraafplaats Fangmanweg te Oosterbeek een open dag gehouden. Daarbij werd het gerestaureerde monument voor Jacob van Lennep, (24.3.1802- 25.8.1868), de in zijn tijd populairste schrijver, dichter en advocaat, overgedragen aan de familie Van Lennep en de gemeente Renkum.

De treurbeuk bij dat graf, van 6 september 1869 en dus 137 jaar oud, wordt met kabels ondersteund. Generaties genoten van De roos van Dekama (1836)  De lotgevallen van Ferdinand Huyck (1840) en het aanstootgevende De lotgevallen van Klaasje Zevenster (1866). Zijn uitgave van Vondel was zo waardevol, evenals zijn jarenlange zwoegen om op 18 oktober 1867 het Amsterdamse standbeeld van Vondel op te richten dat we zijn dubieuze rol bij de uitgave van de Max Havelaar maar  moeten vergeven. Critici missen diepgang. Tijdgenoten zoals dr. Jan ten Brink – Brederokenner en leraar van Louis Couperus - smulden van het nieuwste genre, de historische roman. Ze waren dol op de snaakse, opgewekte auteur.

Van Lenneps monument toonde sinds 1869 een marmeren portretbuste en een zwaan. Mr. Jan van 's-Gravenweert, raadslid en wereldreiziger, richtte ter realisatie daarvan een comité op met de zegen van koning Willem III. De initiatiefnemer ligt zelf met zijn lijfknecht en vriend Jacob de Graaff naast Van Lennep begraven tussen ouderwetse sthekken met spijlen. Zijn ijzeren monument werd in 2005 gerestaureerd, de restauratie van Van Lenneps monument zal op 17 juni a.s. voltooid worden. Die restauratie leek schier onmogelijk. De zwaan bleek niet verwijderbaar. Het borstbeeld wel. Problemen genoeg.

De kleine groep toegewijden verenigd in de stichting Fangmanweg kon niettemin veel bereiken, dank zij de steun van de gemeente Renkum. Om de kwaliteit van de aangetaste originelen te behouden, werd het borstbeeld in Enkhuizen ontsuikerd. In Duitsland zal een I-bach behandeling volgen: het onder hoge druk drogen en impregneren. Uiteindelijk zal het monument worden zoals het er 130 jaar terug uitzag.

*

Op deze pagina wordt melding gemaakt van de meest recente ontwikkelingen bij onze organisatie.

Vragen of opmerkingen zijn welkom. Als meer inzenders over hetzelfde onderwerp vragen hebben gesteld wordt hieronder één van die vragen geplaatst gevolgd door ons antwoord.

Winkler Prins

De groeiende belangstelling voor grafmonumenten van cultuurdragers bleek uit de herbegrafenis van Antony Winkler Prins en zijn echtgenote op 6 september 2005. De predikant, die de bekende encyclopedie eigenhandig schreef, lag in een vervallen graf in Voorburg. Dankzij mevrouw Petra Maters, directrice van het Veenkoloniaal Museum vond hij een nieuwe rustplaats in het hart van Veendam, de stad waarvoor hij zich zo ingezet had.

Theo Thijssen

Op de Nieuwe Ooster Begraafplaats werd een gedenkteken onthuld voor Theo Thijssen, de schrijver van Kees de Jongen en Het Grijze Kind. Zijn graf was geruimd, maar op die plaats werd een plastiek van Jan Wolkers feestelijk onthuld.

Johan en Cornelis de Witt 

Daarentegen werd geen steun gevonden voor een initiatief om in de kerk, waar Johan en Cornelis de Witt begraven liggen een epitaaf te plaatsen. Politici en niet-politici bleken daarvan afkerig, de biograaf was ongeïnteresseerd, de gemeenten Den Haag en Dordrecht zagen er niets in - terwijl in de Gevangenpoort nog steeds de tong en de teen van Johan de Witt aan toeristen wordt getoond. “Als kliekjes van een kannibalenmaal,” vond de voorzitter van Altvoorde, toen na vele inspanningen het project geschrapt moest worden.

Unico Wilhem van Wassenaer

Bij Unico Wilhem van Wassenaer, een componist, in wiens naam concoursen worden gehouden, was zelfs financiering aanwezig. Niemand en zeker geen musicus of musicoloog wilde er enige tijd of moeite aan besteden. Tot spijt van Altvoorde en van prof.dr.Albert Dunning die dit project ondersteunde, maar helaas in 2005 ontsliep. De zo vanzelfsprekende zorgvuldigheid in zovele staten om de graven van belangrijke personen te onderhouden en te memoreren was in ons land bijna verdwenen, maar keert geleidelijk weer terug. Funeraire cultuur is een onmisbaar onderdeel van de nationale identiteit.

 Pierre Cuypers

Gelukkig blijken tientallen mensen o.a. in Baarn, Oosterbeek en Voorschoten bereid als vrijwilligers kerkhoven en grafmonumenten op te knappen. In Roermond is de Stichting Restauratie Grafmonument dr. Pierre J.H. Cuypers ( Bergerweg 27  6085 Thorn) onder de bezielende leiding van Frans Straus begonnen het ontoonbaar vervallen graf van de grote Pierre Cuypers te restaureren. De eerste werkzaamheden zijn in april 2006 gestart.
Cuypers (1827-1921) is de internationaal beroemde architect die tot in Rangoon kerken heeft gebouwd. Het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam, het (oude) Shell kantoor in Den Haag en vele kerken zijn door deze meester van de neo-gotiek gebouwd.

Tocht langs graven volgens een thema 

Meermalen is gevraagd door belangstellenden in historie of cultuur om canonieke graven en graven die niet op de canon staan, volgens een thema op te geven. Bij uitstapjes zouden  ook die graven of monumentale begraafplaatsen te bezoeken. 

Indische Letterkunde 

Rob Nieuwenhuis introduceerde het begrip Indische letterkunde. Daartoe behoren proza en poëzie, die zich niet alleen afspelen in het voormalige Nederlands-Indië, maar waarvan de auteurs ook een persoonlijke binding met Indië hebben. De graven van de bekendste schrijvers en schrijfsters zijn bewaard gebleven. De begraafplaatsen liggen in Noord-Holland en rond Arnhem, zodat zij zich niet lenen voor een dagtocht. Achter hun naam wordt het meest gelezen “Indische” werk van hun hand vermeld. 

Eduard Douwes Dekker ( Multatuli)   3.3.1820 -19.2.1887  Max Havelaar of de Koffijveilingen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij  Stichting Westerveld, urnentuin 5 bij vijver Duin en Kruidbergerweg 6 1985 HG Driehuis 

Paul Adriaan Daum  3.8.1850 -14.9.1898 Uit de Suiker en in de Tabak, Hoe hij Raad van Indië werd Oude Algemene Begraafplaats  midden I-44 Harderwijkerweg Dieren 

Augusta de Wit 25.11.1864  – 9.2.1939 Orpheus in de dessa Oude Begraafplaats  Fangmanweg A 124 Oosterbeek  

Louis Marie Anne Couperus  10.6.1863 - 16.7.1923 De Stille Kracht,  Oud Eik en Duinen UM 6 Laan van Eik en Duinen 38  2564 GT ´s-Gravenhage  

Arthur François Emile van Schendel  5.3.1874 - 11.9.1946 Jan Compagnie Zorgvlied C-1-267 Amsteldijk 273 1079 LL Amsterdam 

Charles Edgar du Perron  2.11.1899 - 14.5.1940 Land van Herkomst, Parlando (poëzie) eerste vak links Begraafplaats Kerkedijk 1A-08-1 Bergen 

Helena Anthonia Maria Elisabeth  Ingerman ( Maria Dermout)  15.6.1888 – 27.6.1962  De Tienduizend dingen, De kist,  4e plaats rechts van hoofdpad Algemene begraafplaats Zeeweg Noordwijk aan Zee 

Schiedam 

Op de begraafplaats Beukenhof aan de Burgemeester van Haarenlaan in Schiedam vindt  men op de plaats BA 89 het graf van François HaverSchmidt ( Piet Paaltjens)  dominee en dichter van Snikken en Grimlachjes 14.2.1835 - 19.1.1894. Na het overlijden van zijn vrouw geraakte HaverSchmidt in een depressie, die noodlottig afliep. Het rokerige en kwalijk riekende Schiedam van zijn tijd met ten hemel schreiende sociale omstandigheden zou ook mensen zonder erfelijke belasting in dat opzicht gedeprimeerd hebben gemaakt.

Vijftien meter daarvandaan ligt het graf van de Ary Prins 19.3.1860- 3.5.1922., directeur van de kaarsen- en stearinefabriek Apollo, die meewerkte aan De Nieuwe Gids. Hij is de auteur van de roman De heilige tocht  die een literair fenomeen is, omdat daarin de opgeroepen beelden belangrijker zijn dan zinsbouw of grammatica. Langs het hoofdpad liggen grafstenen van de families Nolet, Melchers, Beukers en Rijnbende, die bekend zijn van de jenever en de likeuren.

Wie daarna Schiedam in gaat en wandelend of met een rondvaartboot de grachtjes af loopt, merkt dat het huidige Schiedam, vooral in de herfst op zonnige dagen, schilderachtige plaatsen genoeg heeft met ophaalbruggen, geboomte, molens en grachtenpanden en distilleerderijen van de hierboven genoemde families. De bezoeker merkt wat met “smakken”en met “zakkenwassers” was bedoeld

Simon Carmiggelt kwam eens per maand bij distilleerderij Rijnbende om met de directie over het bedrijfsblad te spreken en daarop het glas te heffen. Men passeert dan de kerk, waarin HaverSchmidt preekte en zijn woonhuis, evenals het woonhuis van Ary Prins en het advocatenkantoor van Ferdinand Bordewijk, de schrijver van Bint en Karakter.  Het fraaie pand met trapgevel, waar Bols gasten voor de distilleerderij ontving valt ook op.

Op de Vlaardingerdijk ligt de Roemeens Orthodoxe Kerk, die voor 2001 de kapel van de toen gesloten rooms-katholieke begraafplaats was.

Iets voorbij het Proveniershuis vindt men achter een plein, dat een moderne interpretatie van moorse en functionalistische architectuur toont, de neogotische Basiliek, waarin de grafzerk van de sinds 115 jaar heilige Lidwina van Schiedam ligt. Lidwina was na een val op het ijs invalide geworden en moest ruim 38 jaar in bed blijven. Door haar vroomheid en wijsheid werd ze door hoog en laag bezocht om haar goede raad en gebed te vragen. Ze overleed aan een kaakontsteking in 1433, in 1615 werd een deel van haar stoffelijke resten naar Brussel gesmokkeld. Pas in 1871 werden die terug gebracht. In 1890 werd zij heilig verklaard, al dankte zij haar roem vooral aan de katholiek geworden schrijver J.-K. Huysmans, die in het Frans de roman Sainte Lydwine de Schiedam (1901) schreef.

Bij de stadswandeling en het eventuele koffiedrinken kan men zelf vaststellen, of het gerucht, dat Schiedam meer dan het landelijk gemiddelde aan mooie meisjes bezit, op waarheid berust. Zou dat toch door de jenever komen?


De heer R t D te U : U noemt op de canon cultuurdragers die onomstreden zouden zijn. Ik kan me voorstellen dat iemand Gerrit Achterberg daar niet toe rekent. Waarom heeft U hem dan toch op de canon geplaatst ?

Het grote dichterschap van Gerrit Achterberg is niet omstreden. Dat de dichter in een toestand van zinsverbijstering een geliefde heeft omgebracht en daarvoor jaren is verpleegd, is tragisch. Het laat de kwaliteit van zijn poëzie onverlet.

De heer L v H te 's-G : Ik zie in Uw canon verkapt nationalisme. Dat lijkt me onjuist, daar heb ik teveel voor op dat gebied meegemaakt (....) Ik ben principieel tegen iedere vorm van nationalisme.

Wie zich principieel keert tegen al wat zweemt naar natie en culturele identiteit, wijst ons streven af. Veel instellingen en tradities kunnen dan trouwens evenmin door de beugel. In het buitenland (VS, Denemarken, Zwitserland e.a.) ziet men tolerant nationalisme als iets goeds, zo niet onmisbaars. Het bevordert de samenhang en het functioneren van natie en staat. Het agressieve nationalisme van Hitler, waaraan U denkt, wordt algemeen verworpen. Die afwijkende beeldvorming kan verklaard worden door de politieke meningsvorming en de geschiedenis van bijvoorbeeld Nederland in de Verenigde Naties 1946 - 1963 (Indonesië, Nieuw-Guinea).

Mevr. M.v.M. te A.: Waarom dan ook niet uitvoerende kunstenaars? Waarom ontbreken kleinkunstenaars die onvergetelijk zijn, ik denk aan Wim Kan, Wim Sonneveld, Toon Hermans?

Zonder uitvoerende kunstenaars komt het werk van componisten, choreografen of toneelschrijvers niet tot ons. De grote populariteit en het vakmanschap van die cabaretiers zal niemand betwisten. Toch is voorzichtigheid geboden. Immens populaire personen als Punt of Pisuisse zijn onbekenden geworden. Hetzelfde geldt voor vroegere grootheden op radio en tv. Misschien functioneren uitvoerende kunstenaars ongeveer als politici of de top in de media. Zij bepalen veel van het dagelijkse leven, maar of zij de cultuur vernieuwen of verrijken, is moeilijker te bepalen. Wij trachten daarom een lijst samen te stellen van grafmonumenten van personen, die niet op de canon thuis horen, maar wel grote weerklank hebben gevonden, niet per se landelijk. ( Zie daarvoor de uitnodiging hieronder). 

Mevr. C.B. te A. : Een canon vind ik geen goed idee. In de samenleving zijn wij allemaal gelijk, dat in de dood zijn wij zeker allemaal gelijk. Is zo’n belangstelling voor kerkhof en zerken wel gezond? Mensen moeten daar zo min mogelijk mee lastig gevallen worden.

Voor de wet zijn alle Nederlanders gelijk. In de praktijk blijven er toch onderling verschillen bestaan. Voor de cultuur en de geschiedenis vallen de vernieuwers of scheppers van hoogtepunten op, die willen velen onder ons niet vergeten. Aandacht voor het levenseinde is noodzakelijk, dat zo veel mogelijk negeren kan ook ongezond zijn. Ongeveer 25 jaar heerste er een verdringing van al wat met dood te maken had. Sinds 1998 is aan het veranderen. Tot de tastbare zaken, die een cultuur uitmaken, behoren behalve gebouwen, documenten en kunst ook grafmonumenten van beroemde cultuurdragers. 

Wilt U ons berichten, heeft U vragen of commentaar ? Bericht ons dan
middels een klik hier.

Uitnodiging  

1. Van diverse kanten wordt Altvoorde geattendeerd op de graven van personen, die belangrijk zijn geweest voor een vakgebied, een streek of stad, een beroepsgroep. Er wordt overwogen daarvoor een lijst op te stellen. Als u een grafmonument wilt voordragen, kunt u dat via deze website doen. 

2. Er zijn enkelen, die een grafmonument noemen, dat op geen enkele monumentenlijst staat, en waarvan de overledene weinig bekend is, maar die door vorm en uitvoering zo bijzonder of zo fraai is, dat het monument bewaard zou moeten blijven als kunstvorm. Iemand opperde het idee om een bellezza lijst op te stellen. Als u onze aandacht op een dergelijk monument wilt vestigen, kunt u dat eveneens via deze website doen.

 


© Copyright 2005 Stichting Altvoorde